Preek van de 2de zondag na Pasen

Willliam Dyce, De Heer is mijn herder - bron
Hier volgt de omschrijving van het woord “schaap” uit een encyclopedie: “Een dier met een beperkte intelligentie en een zwakker gestel. Als de mens het dier niet continu zou bijstaan en verdedigen, dan zou het zo goed als overal verdwijnen.”

Het schaap lijkt niet het sterkste en slimste te zijn onder de dieren. Niettemin zien we dat de Heilige Schrift het uitverkoren volk van God vaak als schapen omschrijft.

Ook onze Heer noemt de twaalf apostelen “schapen” en de leerlingen “lammeren”, toch voordat Hij ze uitstuurt. Het is pas tijdens de Passie dat Hij ze “herders” begint te noemen.

Nu weten we wie dit koppige dier eigenlijk is. Dit dwaze dier dat continu hulp nodig heeft omdat het anders overal zou verdwijnen. Wel, dat zijn wij. Ja, we zijn schapen.

EPISTEL 1 Petr. 2: 21-25

DIERBAREN, Christus heeft geleden voor u, en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij zijn voetstappen zoudt volgen. Hij heeft geen zonde bedreven, en er was geen bedrog in zijn mond; toch hoonde Hij niet, als Hij gehoond werd, en dreigde Hij niet, als Hij leed; maar Hij liet het over aan Hem, die met rechtvaardigheid oordeelt. Hij zelf heeft aan het kruishout in zijn Lichaam onze zonden gedragen, opdat wij, van de zonden ontlast, voor de gerechtigheid zouden leven. Door zijn striemen zijt gij genezen; want als schapen hebt gij rondgedwaald, maar thans zijt gij teruggekeerd tot den Herder, tot Hem, die uw zielen behoedt.

EVANGELIE Joh. 10: 11-16

IN die tijd sprak Jezus tot de farizeën: Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Maar de huurling, die de herder niet is, en wien de schapen niet toebehoren, hij laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht, zodra hij den wolf ziet komen; en de wolf rooft en verstrooit ze. Want hij is een huurling, en hij heeft geen hart voor de schapen. Ik ben de goede herder; Ik ken de mijnen, en de mijnen kennen Mij, zoals de Vader Mij kent, en Ik den Vader ken. En Ik geef mijn leven voor de schapen. Ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapstal zijn. Ook hen moet Ik leiden, en ze zullen luisteren naar mijn stem; dan zal het worden: één kudde, één herder.
Maar neen, ik weiger als schaap behandeld te worden! De anderen zijn schapen, zoveel is toch duidelijk? Ze doen wat de media van hen verlangt, ze luisteren naar de nieuwste liedjes, ze kleden zich allemaal hetzelfde!

Toch verlangt de Heer van ons dat we schapen, of lammeren, zijn. En wel op deze manier:

Als sommigen onder ons of de meerderheid zou beslissen zich te gaan gedragen als geiten in plaats van schapen, dan zou dat geen probleem vormen. Of toch niet zolang we ons aan de morele en maatschappelijke regels houden. In deze wereld zijn er mensen die meer of minder intelligent zijn, en meer of minder sterk.

Maar zoals we weten is ons leven in deze wereld absoluut van ondergeschikt belang. Het is iets toevalligs, maar onvermijdelijk.

Ons ware leven is echter ons geestelijk leven: ons leven in Christus. En het is in dat echte leven dat we volledig gehandicapt zijn. Onze inspanningen zijn namelijk niets waard zonder de genade. Ik kan wel proberen om niet langer lui te zijn, maar zonder Gods hulp te vragen zal ik me nooit van deze ondeugd kunnen afhelpen. Wij zijn dus volledig gehandicapt. Zonder de Openbaring, zonder de catechismus, zonder goede herders, zou ik nooit de juiste weg vinden.

Ook onze Heer vergelijkt ons met schapen, voornamelijk omdat we in onze levenswandel de eigenschappen van schapen moeten aannemen. Gehoorzaamheid, eenvoud, zachtheid, toewijding aan de herder. Hij heeft zelf de plaats ingenomen van de lammeren die iedere dag in de tempel van Jeruzalem werden geslacht. Hij was bereid zich op te offeren om voor onze fouten te boeten. Hij is ons model, Hem moeten we volgen.

We moeten ons ook de vraag stellen of we zelf goede schapen zijn? Behoor ik tot de kudde van Jezus Christus die aan Zijn rechterzijde zal staan, of behoor ik tot een andere kudde, als bok, of nog erger, als wolf? Het Evangelie toont ons of we tot de goede kudde behoren of niet.

“En als hij al zijn schapen heeft uitgedreven, gaat hij voor hen uit; en de schapen volgen hem, want ze kennen zijn stem. Maar een vreemdeling zullen ze niet volgen, eerder ontvluchten; want de stem van vreemden kennen ze niet.”

Als we de stem van Onze Heer horen en er naar luisteren, dan zullen we ze herkennen en navolgen.

Kunnen we de stem van Jezus Christus herkennen - de stem van de Kerk? Kunnen we deze Stem onderscheiden van de stem van een vreemde, de stem van de wereld, de stem van de duivel?

Er zijn maar twee manieren om ze te volgen:

De eerste manier is de meest gebruikelijke, zeker voor beginners. We letten erop hoe Onze Heer spreekt, wat Hij zegt, en de manieren die Hij gebruikt om zich uit te drukken. Dat is ongetwijfeld een doeltreffende en eerder intellectuele manier. Het lezen van de catechismus, de geloofsboeken, over God, over de heiligen. De ziel weet dat het de stem van de Herder is wanneer ze teksten ter beschikking heeft die duidelijk Zijn stempel dragen.

Maar om vooruit te raken, is dat alles niet voldoende. Onze ziel is er niet voor gemaakt om Onze Heer te volgen door alles telkens opnieuw te moeten analyseren. Neen, ze volgt Onze Heer omdat ze Zijn stem hoort en ze herkent. Omdat ze die stem al ontelbare keren gehoord heeft. In het gebed, in de rozenkrans, in het ochtend- en avondgebed, in momenten van stilte. Die zachte stem spreekt enkel wanneer de ziel bereid is om ernaar te luisteren. Die troostende stem spreekt tot de vredevolle ziel, of wanneer die ziel naar deze vrede op zoek is.

Als we bereid zijn om ook al in dit leven de weilanden te zoeken van Gods kudde, laat ons dan de zielsvrede zoeken, de Waarheid, en bidden. Dan zal de goede Herder ons voorgaan.

In de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.


Kanunnik de Martin, zondag 15 april 2018, Basiliek van Dadizele.

Reacties