Preek van Pasen

Hubert van Eyck, de drie 
Maria's aan het graf - bron
Welke indrukken hadden de mensen die betrokken waren bij het Lijden van onze Heer, drie dagen later op Pasen? Laten we het eens van naderbij bekijken, het is heel leerrijk.

Op de avond van Goede Vrijdag keert Pilatus naar zijn paleis terug met een gevoel van rust. Er was een einde gemaakt aan de kwestie rond de profeet uit Galilea. Waarschijnlijk bleef hij overtuigd van de onschuld van de Man. Door Zijn waardigheid, Zijn kalme antwoorden en zelfzekere blik was het voor Pilatus duidelijk dat de oversten van de priesters Hem enkel uit afgunst vervolgd hadden. Pilatus had zelfs geprobeerd om Hem te redden. Maar hij had toegegeven, de handen in onschuld gewassen, en het volk had de verantwoordelijkheid voor de misdaad aanvaard. Pilatus had zich dus niets te verwijten. Een onschuldige was gesneuveld. De positie van Pilatus stond echter niet meer in het gedrang. Wat had hij beter kunnen doen?

EPISTEL 1 Kor. 5: 7-8

BROEDERS: Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij vers deeg worden moogt; gij zijt toch ongedesemd brood! Want ook ons Pascha is geslacht: en dat is Christus. Laat ons dus feest vieren, niet met het oude zuurdeeg, noch met het zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met de ongedesemde broden van reinheid en waarheid.

EVANGELIE Mc. 16: 1-7

IN die tijd kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus, en Salome specerijen, om Jezus te gaan balsemen. Zeer vroeg op de eerste dag der week, bij het opgaan der zon, kwamen ze bij het graf. En ze zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen wegrollen voor de ingang van het graf? Maar toen ze gingen zien, merkten ze, dat de steen al op zij was gerold; want hij was zeer groot. Ze gingen het graf in, en zagen aan de rechterkant een jongeling zitten, in een wit gewaad gekleed. Ze werden hevig ontsteld. Maar hij sprak tot haar: Weest maar niet bang! Gij zoekt Jezus van Názaret, die gekruisigd is? Hij is verrezen; hier is Hij niet. Ziet hier de plaats, waar men Hem heeft neergelegd. Gaat nu heen, en zegt aan zijn leerlingen en aan Petrus: Hij gaat u vóór naar Galilea; daar zult gij Hem zien, zoals Hij het u heeft gezegd.
Maar terwijl Pilatus de gebeurtenissen in zijn hoofd overloopt, hoort hij lawaai. Het zijn de soldaten die het graf moesten bewaken. Ze worden voor Pilatus gebracht en melden hem dat er bij zonsopgang een verschijning was neergedaald uit de hemel die de enorme grafsteen heeft weggerold. Ze hebben de Galileeër levend uit het graf zien komen. Toen ze weer opgestaan waren, was Hij al verdwenen.

Pilatus wordt overmand door zijn angsten. Hij dacht dat hij voorzichtig was geweest door de kant van de sterkeren te kiezen. Maar als deze Man echt opgestaan is, dan zal dat voor heel wat oproer zorgen. Zijn lafheid zal hem duur komen te staan en leiden tot duizenden verwikkelingen. Misschien zal hij zijn positie wel verliezen. Hij wou zichzelf enige rust gunnen, maar hij beseft dat hij die in gevaar heeft gebracht. Pilatus zal uit gratie vallen en in ballingschap gestuurd worden. Zijn naam blijft voor eeuwig verbonden met zijn wandaad.

Wanneer je moet kiezen tussen God of mensen, aarzel dan niet! Het beste is om de kant van God te kiezen – de enige keuze die blijvende rust en geluk verzekert, zelfs in dit leven.

Het was nog erger voor de hogepriesters die voor niets waren teruggedeinsd om hun wraak te koelen. Kajafas en Annas waren radeloos toen de eerste geruchten over de verrijzenis hen bereikten. Hun eerste zorg was de soldaten die het graf hadden bewaakt het zwijgen op te leggen om de geruchten over het mirakel te stoppen. De menigte doorprikte echter het verhaal van de soldaten.

Daarenboven was het voor de verrezen Christus niet genoeg om uit het graf bevrijd te zijn. Hij toonde zich ook in het openbaar - enkele vrouwen hadden Hem gezien, maar Hij verscheen ook aan Petrus. Al de voorzorgen die ze genomen hadden om te voorkomen dat het lichaam van de Heiland voor beroering zou zorgen, keerden zich tegen hen. Zo werd het wonder van de Verrijzenis alleen maar groter.

Annas en Kajafas zetten de strijd tegen het Evangelie niettemin verder. Het is als het ware een straf - niets kan de vijanden van God nog verlichten en hun haat neemt enkel toe naar mate ze verslagen worden. De geschiedenis zwijgt over het einde van deze mensen, maar in de weinige jaren die hen restten, zullen ze getuige geweest zijn van de snelle vooruitgang van de leerlingen van Christus, en van de verheerlijking van Degene die ze gekruisigd hadden. Tot slot zullen ze ook gezien hebben hoe het volk dat ze misbruikt hadden, in balingschap werd gevoerd; hoe het Jeruzalem dat ze in hun boosaardige macht hadden, en de tempel die ze onwaardig gediend hadden, verwoest werden.

Zo wordt eenieder die de oorlog verklaart aan God en Zijn Kerk overwonnen. Laten we ons niet intimideren door hun succes en de middelen waarover ze beschikken. Zoals Annas en Kajafas gaan ze maar mee zolang ze passen in Gods plan. Wanneer hun uur gekomen is, zullen ze verbrijzeld worden als glas; de vervolgers kunnen zich aan twee zaken verwachten: een ongelukkig einde en een vervloekte naam.

Laten we dan even kijken naar het kleine groepje apostelen. Zo triomfantelijk als de oversten van de priesters waren toen ze Golgotha afdaalden, zo teneergeslagen waren de apostelen. Hun zielen en harten waren vervuld van pijn en rouw. De gevangenneming op de Olijfberg, de ondervragingen, de sombere nacht, de geseling, de kruisweg, de doodstrijd aan het kruis, de laatste doodskreten van het Slachtoffer, de kruisafname, het graf... Eén voor één speelden de gebeurtenissen zich af in hun geheugen. Waar ze zich bevonden, heerste een doodse stilte.

Het enige waaraan ze konden denken, was Hem hun laatste plicht te bewijzen: Zijn lichaam balsemen.

Hadden zij zich niet te verwijten dat ze hun geliefde Meester in de laatste momenten voor zijn dood nog teleurgesteld hadden? Of zelfs verlaten, zoals de apostelen?

Maar ziehier de vrouwen die in alle haast teruggekomen zijn, van gedaante veranderd door vreugde. Het graf is open, Christus is er niet meer, een engel heeft hen verteld dat Jezus verrezen is!

Hun harten worden vervuld van een immense vreugde. Waar zijn de pijnlijke herinneringen gebleven die hun zielen vervulden? Er is enkel nog plaats voor leven, voor hoop en voor liefde! Alleluja!

Dat Christus is verrezen betekent dat Hij waarlijk de Zoon van God is - Hij heeft de wereld, de hel en de dood overwonnen!
Hoe mooi zal het aandeel zijn van degenen die in Hem geloofd hebben en met Hem geleden hebben!

We weten dat de werkelijkheid deze hoop en vreugde zelfs nog overstijgt. Zo zal het ook zijn voor eenieder die ondanks alles tot het einde trouw blijft aan Christus.

Wij zijn de leerlingen van de Verrezene. Wij weten dat Hij uit het graf is opgestaan als Overwinnaar op Zijn vijanden. Zo zal het ook zijn voor Zijn Kerk. Laat ons dus moedige leerlingen wezen! De Heilige Paulus zegt ons: "Zó koesteren wij goede hoop met betrekking tot u, in de overtuiging, dat gij deel zult hebben aan de vertroosting, zoals gij deel hebt aan het lijden.”

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen


kan. Fréderic de Martin ICRSS, zondag 1 april 2018, Basiliek van Dadizele.

Reacties